ZVH heeft een nieuw huurbeleid vastgesteld. Dit huurbeleid vervangt het oude huurbeleid, dat dateerde uit 2005. In het huurbeleid staat beschreven op welke wijze ZVH de huurprijzen berekent en welk systeem daarvoor wordt gebruikt. Het huurbeleid geldt niet alleen voor woningen, maar voor alles wat ZVH verhuurt, dus ook bijvoorbeeld voor garages, bergingen en bedrijfsruimtes.
In het huurbeleid wordt een onderscheid gemaakt tussen huren in de sociale sector, en huren die in de vrije sector vallen (dit zijn huurwoningen die een kale huurprijs hebben vanaf € 652,52 per maand).
Woningwaarderingsstelsel (puntensysteem)
Om de huurprijs van een woning vast te kunnen stellen wordt gebruikt gemaakt van het woningwaarderingsstelsel (wws). Met het woningwaarderingsstelsel wordt de kwaliteit van een huurwoning in punten uitgedrukt. Deze punten bepalen de wettelijk toegestane maximale huurprijs. Op basis van het vastgestelde aantal punten wordt de huurprijs berekend.
Het woningwaarderingsstelsel wordt ook wel 'puntenstelsel' of 'puntensysteem' genoemd.
Huurbeleid ZVH sociale sector
Onder het huurbeleid ZVH sociale sector vallen sociale huurwoningen die een kale huurprijs hebben tot € 652,52 per maand.
ZVH wil kwaliteitshuisvesting bieden aan mensen met een laag inkomen. Een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van een woning is het energielabel dat aan een woning is toegekend. Dit label geeft aan hoe energiezuinig een huis is ten opzichte van andere soortgelijke woningen. Energielabel A is zuinig, energielabel G is onzuinig.
Onder kwaliteitshuisvesting verstaan wij o.a. het bieden van woningen met een energielabel A++ t/m C. Bij deze woningen zijn energiebesparende maatregelen getroffen die helpen het gasverbruik (stookkosten) van een woning te beperken, waardoor de woonlasten voor de huurder relatief laag blijven. Een kwalitatief goede woning valt daarom onder het zogenaamde ‘basisniveau’. Hierbij wordt de wettelijk toegestane maximale huur berekend.
Heeft een woning een energielabel in de categorie D t/m G, dan voldoet de woning niet aan het basisniveau. In dit geval hanteert ZVH een huur van 90% van de maximale toegestane huur.
Daarnaast kent ZVH nog een 'overbruggingsniveau', waarbij een huur van 80% van de maximale toegestane huur in rekening wordt gebracht. Het overbruggingsniveau wordt pas aan een complex toegewezen als er door ZVH formeel een herstructureringsbesluit is genomen. Deze periode is bedoeld als overbrugging naar de definitieve sloop- of renovatieplannen.
Kamers (onzelfstandige woonruimte)
Bij onzelfstandige woonruimte zoals kamers wordt het woningwaarderingsstelsel voor onzelfstandige woonruimtes toegepast. Onzelfstandige woonruimte kennen geen energielabel.
Huurprijs en huurverhoging
Op basis van het vastgestelde aantal punten wordt de huurprijs berekend. Daarnaast wordt elk jaar door de regering de maximale huurverhoging vastgesteld. Dit is de maximale huurverhoging die een woningcorporatie mag doorberekenen aan haar huurders.
Voor 2010 is dit percentage vastgesteld op 1,2%. Dit percentage is gelijk aan de inflatiecorrectie.
Huurbeleid ZVH vrije sector
Woonruimte in de vrije sector
Voor het vaststellen van de huurprijs van vrije sector huurwoningen wordt de markthuur aangehouden. Een markthuur is de prijs die tot stand komt door vraag en aanbod.
ZVH hanteert de ondergrens van 100% van de maximaal redelijk huurprijs op basis van het woningwaarderingstelsel.
Overige verhuringen
Onder overige verhuurheden vallen o.a. bedrijfs- en maatschappelijkonroerendgoed, garages, bergingen, parkeerplekken, oplaadpunten en grond. Dit zijn verhuureenheden die niet gelden als woonruimten.
Bij een nieuwe verhuring wordt de huurprijs volgens de dan geldende markthuur bepaald.
Huurprijs en huurverhoging
Net als in de sociale sector worden jaarlijks de huurprijzen in de vrije sector verhoogd. Dit geldt zowel voor woonruimte als voor alle overige verhuureenheden. De jaarlijkse huuraanpassing wordt berekend met behulp van de consumentenprijsindex (CPI).
De minimale huurverhoging per jaar bedraagt 3%. Dit betekent dat wanneer het CPI-percentage lager is dan drie procent, het huurverhogingpercentage wordt vastgesteld op 3%. Voor 2010 is het huurverhogingpercentage vastgesteld op 3%.
